Zoeken:
Sitemap Favorieten

 

Reglement Begraafplaatsen 
Protestantse Gemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a.

 

Hoofdstuk 1: algemene bepalingen

Hoofdstuk 2: Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

Hoofdstuk 3: Voorschriften voor lijkbezorging

Hoofdstuk 4: De graven en grafrechten  

Hoofdstuk 5: Grafbedekkingen

Hoofdstuk 6: Onderhoud

Hoofdstuk 7: Ruiming van graven

Hoofdstuk 8: In stand te houden historische graven en opvallende grafbedekkingen

Hoofdstuk 9: Klachten

Hoofdstuk 10: Nadere bepalingen met betrekking tot de bijzetting van asbussen met of zonder urn

Hoofdstuk 11: Overgangsbepalingen en slotbepalingen

 

 

Reglement

Voor het beheer en instandhouding van de kerkelijke begraafplaatsen van de

Protestantse Gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a.

 

Hoofdstuk 1: Algemene Bepalingen

 

Artikel 1: begripsomschrijvingen

 

1. Dit reglement verstaat onder:

 

administrateur: degene(n) die door het College van Kerkrentmeesters (hierna te noemen CvK) is aangewezen voor het verzorgen van de administratie van de begraafplaatsen.

 

asbus: een bus ter berging van de as van een overledene.

 

beheerder: degene die door het CvK belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen of degene die hem vervangt.

 

gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren.

 

grafbedekking: gedenkteken.

 

graf(rust)termijn: de termijn gedurende welke men krachtens uitsluitend recht een lijk

begraven mag houden.

 

particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend

recht is verleend tot het doen begraven of begraven houden van lijken, het doen bijzetten of bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen.

 

rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf of een particulier urnengraf, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden.

 

uitsluitend recht: het recht om gedurende een  (on)bepaalde periode één of meer lijken in het graf te doen begraven of begraven te houden. Het recht om gedurende een bepaalde periode één of meer asbussen in het graf of in de urnenkelder te doen bijzetten of bijgezet te houden.

 

urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen.

 

Artikel 2: Beheer

 

1. Het beheer van de kerkelijke begraafplaatsen berust bij de Protestantse Gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a, vertegenwoordigd door het CvK.

Het CvK wijst een beheerder aan die de dagelijkse leiding over de begraafplaatsen heeft.

2. De begraafplaatsen zijn gelegen rond de kerken te Oppenhuizen en Uitwellingerga.

 

Artikel 3: Administratie

 

De administratie van de begraafplaatsen wordt gevoerd door het CvK of door een door het CvK aangewezen administrateur(s).

Bij de registratie van persoonsgegevens worden de vereisten van de Wet Bescherming Persoonsgegevens in acht genomen.

Het adres van de administratie: Protestantse Gemeente Oppenhuizen-Uitwellingerga, afd. Begraafplaatsen, Tsjerkebuorren 9, 8625 HA Oppenhuizen.

 

Artikel 4: Register

 

1.Het CvK of de door hem aangewezen administrateur houdt een register bij van alle op de begraafplaatsen begraven lijken en bijgezette asbussen, met een nauwkeurige aanduiding van de plaats waar zij begraven of bijgezet zijn en een plattegrond van de begraafplaatsen.

Aangetekend worden de namen van de rechthebbende op graven, naam en geboortedatum van de overledene en de datum van begraven. In het register worden ook aangetekend de door het CvK reeds uitgegeven, maar nog niet gebruikte graven.

Het register en de plattegrond zijn openbaar en worden in tweevoud bijgehouden.

2. Daarnaast wordt een geautomatiseerde administratie bijgehouden waarin opgenomen de naam van rechthebbenden op graven, het nummer van het betreffende graf en of dit een huur of koop graf is. Ook wordt hierin vermeld wanneer een huurperiode en/of afkoopperiode van grafrechten eindigt

3. De begraafplaatsen zijn verdeeld in rijen, elk dragende een cijfer, waarin verder de graven zijn aangegeven door letters en nummers.

 

HOOFDSTUK 2: Openstelling, orde en rust op de begraafplaats

 

Artikel 5: Openstelling begraafplaatsen

 

1. De begraafplaatsen zijn voor een ieder dagelijks toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. Het CvK maakt deze tijden openbaar bekend.

Kinderen beneden 12 jaar hebben slechts toegang, indien zij zijn vergezeld van een volwassene.

2. Ter handhaving van rust en orde op de begraafplaatsen kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten.

3. Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis.

4. Het is niet toegestaan honden op de begraafplaats toe te laten.

 

Artikel 6: Ordemaatregelen

 

1. Het is steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van of namens het CvK, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaatsen te verrichten

Behalve de door het CvK aangewezen grafdelver of diens vervanger, mag niemand op de begraafplaatsen zonder toestemming een graf delven.

2. Het is verboden zonder noodzaak over de graven te lopen, beplantingen te beschadigen of bloemen te plukken.

3. Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaatsen hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder.

4. Degenen die het in het tweede lid vermelde verbod overtreden of zich niet houden aan de in het lid bedoelde aanwijzingen, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen.

5. Door het CvK wordt een grafdelver aangewezen en voorzien van een instructie, zulks met

inachtneming van de geldende wettelijke bepalingen.

 

Artikel 7: Plechtigheden

 

1. Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaatsen moeten vijf dagen van te voren worden gemeld aan het CvK onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden.

2. De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid, moeten zich in het belang van orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van het CvK of de beheerder.

3. Bijeenkomsten op de begraafplaats, die het karakter van een openbare manifestatie hebben of naar het oordeel van het CvK zullen hebben, kunnen door het CvK worden verboden.

 

Artikel 8: Opgraven en ruimen

 

1. Het opgraven van lijken en het ruimen van graven gebeurt door daartoe aangewezen professionele personen c.q. gecertificeerde bedrijven.

2. Andere personen is het niet geoorloofd daarbij aanwezig te zijn behoudens schriftelijke toestemming van de beheerder. De beheerder en de eigenaar van de begraafplaats zijn niet aansprakelijk voor schade, van welke aard dan ook, die mocht opkomen aan personen die ter bijwoning van het opgraven van lijken of het ruimen van graven op de begraafplaats aanwezig zijn.

 

HOOFDSTUK 3: Voorschriften voor lijkbezorging

 

Artikel 9: Kennisgeving begraven, asbezorging, openen en sluiten van het graf

 

1. Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk twee werkdagen voorafgaande aan de dag waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, schriftelijk kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan.

2. De kist, dan wel het omhulsel en de asbus of urn moeten zijn voorzien van een duurzaam registratienummer dat correspondeert met het nummer, vermeld op een bijgevoegd document dat tevens de naam, de datum van geboorte en overlijden van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de doodgeborene bevat, nadat is vastgesteld dat het document betrekking heeft op het lijk.

3. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat de beheerder van de begraafplaats heeft vastgesteld dat het op de kist of het omhulsel vermelde registratienummer overeenkomt met het nummer vermeld op het document als genoemd onder 2.

4. Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van hulpmiddelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder.

 

Artikel 10: Over te leggen stukken

 

1. Begraving mag slechts geschieden indien degene die doet begraven of as bezorgen in het bezit is van een geldig grafbewijs, dit ter beoordeling van de administrateur. Tevens dient van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as te zijn overgelegd aan de beheerder.

2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaats vinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.

3. Begraving of bijzetting in een graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de minimum termijn van 20 jaren afloopt, kan alleen plaats vinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode dat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de minimum grafrusttermijn van 20 jaren. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de andere personen, genoemd in artikel 15, lid 2.

4. De beheerder onderzoekt of de overlegde stukken juist en volledig zijn.

 

Artikel 11: Tijden van begraven en asbezorging

 

1. Op zondagen, christelijke of algemene erkende feestdagen, wordt geen gelegenheid gegeven tot begraven en bezorgen van as, tenzij de burgemeester een van de normale afwijkende termijn voor begraving of crematie heeft vastgesteld of het CvK hiervoor toestemming heeft verleend.

2. Op de overige dagen zijn de tijden van begraven en het bezorgen van as:

   - op werkdagen van 10.00 tot 16.00 uur

   - op zaterdag van 10.00 uur tot 15.00 uur

Het CvK kan in bijzondere gevallen van deze tijden afwijken.

 

HOOFDSTUK 4: De graven en grafrechten

 

Artikel 12: Soorten graven en termijnen

 

1. De begraafplaatsen kennen alleen particuliere graven.

2. Het CvK bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de particuliere graven en hoeveel verstrooiingen van as in (niet op) de particuliere graven kunnen plaatsvinden.

Het CvK bepaalt tevens de afmetingen en de uitgifteduur van de particuliere graven.

De uitgifteduur kan niet korter zijn dan de minimumtermijn van 20 jaren en zal niet langer zijn dan 40 jaren.

3. Er worden geen graven voor onbepaalde tijd uitgegeven.

 

Artikel 13: Particuliere graven

1. Een uitsluitend recht op een particulier graf kan alleen schriftelijk worden gevestigd voor leden van of zij die binding hebben met de Protestantse Gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a. Voor overige inwoners en oud inwoners van deze dorpen kan door het CvK een uitzondering worden gemaakt.

Door het CvK wordt een akte van grafuitgifte opgemaakt, het grafbewijs.

2. In de akte van de grafuitgifte wordt vermeld welk graf is uitgegeven en voor welke termijn. Tevens worden de naam en het adres van de rechthebbende en de datum van uitgifte vermeld.

3. De rechthebbende op het graf ontvangt een exemplaar van de akte van grafuitgifte.

4. De rechthebbende heeft de plicht de beheerder tijdig op de hoogte te brengen van een verandering van zijn adres en woonplaats.

 

Artikel 14: Verstrijking en verlenging termijn particulier graf

 

1. De rechthebbende van een particulier graf waarop een uitsluitend recht is gevestigd voor een bepaalde tijd kan verzoeken deze termijn te verlengen. Het voor bepaalde tijd verleende recht wordt verlengd mits het verzoek gedaan is binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn. De verlenging geschiedt voor een termijn van 10 jaren tegen de dan geldende voorwaarden en tarieven.

2. Het CvK doet binnen een jaar na aanvang van de termijn waarin verlenging van het recht kan worden verzocht aan de rechthebbende wiens adres hem bekend is of redelijkerwijze bekend kan zijn, schriftelijke mededeling van het verstrijken van de termijnen van het bepaalde in lid 1.

3. Indien niet binnen drie maanden na verzending van de mededeling, bedoeld in lid 2, om verlenging van het recht is verzocht, maakt het CvK de mededeling bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De aankondiging blijft beschikbaar tot het einde van de periode waarvoor het recht op een particulier graf was gevestigd.  

Vervolgens vervalt het recht aan de Protestantse Gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a.

 

Artikel 15: Overschrijving van verleende rechten

 

1. Het uitsluitend recht op een graf resp. urnenplaats kan op schriftelijk verzoek van de rechthebbende worden overgeschreven ten name van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloedverwant tot en met de derde graad. Overschrijving op verzoek van de rechthebbende ten name van anderen dan de hiervoor bedoelde, is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, zulks ter beoordeling van het CvK.

2. Na het overlijden van de rechthebbende kan het recht worden overgeschreven op naam van de echtgenoot of levenspartner dan wel een bloed- of aanverwant tot en met de derde graad, mits het verzoek hiertoe schriftelijk wordt gedaan binnen twee jaar na het overlijden van de rechthebbende. Overschrijving ten name van anderen, is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan, zulks ter beoordeling van het CvK.

3. Indien binnen de in lid 2 gestelde termijn geen verzoek tot overschrijving is gedaan, vervalt het recht aan de Protestantse Gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a.

 

Artikel 16

 

1. Van iedere overboeking van het recht op een graf wordt aantekening gehouden in het in artikel 4 genoemde register.

2. Bij overdracht van een grafrecht dient het grafbewijs te worden ingeleverd bij de administratie waarna een nieuw grafbewijs zal worden afgegeven.

 

Artikel 17: Grafkelder

 

Het is niet toegestaan om grafkelders op de begraafplaatsen aan te brengen.

 

Artikel 18: Afstand doen van graven en urnenplaatsen

 

1. Zonder aanspraak te maken op enige vergoeding kan de rechthebbende schriftelijk afstand doen van zijn recht ten behoeve van de Protestantse Gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a.

2. Bij het niet betalen van verschuldigde rechten binnen een termijn van 3 maanden, nadat de rechthebbende daartoe bij een aangetekend schrijven is aangemaand, kan het recht tot begraven vervallen worden verklaard.

 

HOOFDSTUK 5: Grafbedekkingen

 

 

Artikel 19: Toestemming grafbedekking

 

 

1. Voor het hebben van een grafbedekking is voorafgaande, schriftelijke toestemming nodig van het CvK.

2. Het CvK kan nadere regels vaststellen omtrent de wijze van aanvragen van toestemming en de wijze van aanbrengen.

3. Het CvK kan de toestemming weigeren indien:

   - de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats

   - de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is

   - de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is

Een en ander te bepalen door het CvK.

Het CvK zal de toestemming weigeren indien:

   - de grafbedekking geen staande gedenksteen betreft

   - de gedenksteen hoger is dan 130 cm boven maaiveld

   - de gedenksteen een horizontale, liggende vorm heeft

   - de grafbedekking is geplaatst op één of meer funderingspalen

   - de grafbedekking uit hekwerken of winterharde grafbeplanting bestaat

4. Toestemming voor het hebben van een gedenkteken moet worden aangevraagd door en wordt gesteld op naam van de rechthebbende op de grafruimte. Bij overschrijving van dat recht wordt de als dan ingeschreven rechthebbende beschouwd als de houder van de toestemming.

5. Voor het aanbrengen van een gedenkteken is een door het CvK vastgesteld plaatsingsrecht verschuldigd.

6. Bestaande liggende gedenkstenen en platen, geplaatst voor het in werking treden van dit reglement, mogen blijven tot het graf opnieuw gebruikt of geruimd wordt.

 

Artikel 20: Niet winterharde grafbeplanting

 

Niet-blijvende beplantingen op een graf die in een verwaarloosde staat verkeren kunnen door, of in opdracht van, degene die belast is met de dagelijkse leiding op de begraafplaats worden  verwijderd, zonder dat aanspraak kan worden gemaakt op schadevergoeding. Losse bloemen, planten, kransen en dergelijke kunnen, wanneer zij verwelkt zijn, worden verwijderd.

Linten, siervazen en dergelijke voorwerpen worden gedurende drie maanden ter beschikking gehouden van de rechthebbende indien daartoe door of namens de rechthebbende tevoren een mondeling of schriftelijk verzoek is gedaan bij de beheerder.

 

Artikel 21: Verwijdering grafbedekking

 

1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn door het CvK worden verwijderd.

2. Ingeval van kennelijke verwaarlozing van het onderhoud van een particulier graf, kan het CvK, voor zover de plicht van onderhoud van de grafbedekking niet bij hem ligt, deze verwaarlozing in een schriftelijke verklaring vastleggen en toezenden aan rechthebbende.

Rechthebbende  dient binnen één jaar na ontvangst daarvan in het onderhoud te voorzien

3. Indien de ontvangst van de verklaring, als genoemd in lid 2, niet bevestigd wordt, maakt het CvK de verklaring bekend bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats, gedurende een periode van vijf jaar dan wel tot dat in die periode in het onderhoud is voorzien.

4. Wanneer toepassing is gegeven aan het gestelde in de hiervoor genoemde leden 2 en 3 en niet alsnog in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf op het moment dat de periode van één dan wel vijf jaar, bedoeld in de hiervoor genoemde           leden 2 en 3, is verstreken.

5. Als het recht op een graf nog geen twintig jaar is gevestigd op het moment dat de periode, bedoeld in lid 3, is verstreken, blijft de bekendmaking in stand totdat de periode van twintig jaar is verstreken dan wel totdat in die periode in het onderhoud is voorzien. Indien niet voordien in het onderhoud van het graf is voorzien, vervalt het recht op het graf zodra de termijn van twintig jaar is verstreken.

6. De grafbedekking vervalt aan de beheerder van de begraafplaats indien:

   a: geen verzoek op grond van lid 3 is ingediend.

   b: de grafbedekking niet binnen drie maanden nadat deze van het graf is verwijderd,

        is afgehaald.  

7. De kosten van verwijdering zijn voor  rekening van de rechthebbende.

 

HOOFDSTUK 6: Onderhoud

 

Artikel 22: Onderhoud door het CvK

 

1. Ten einde de kosten van aanleg, instandhouding en onderhoud van de begraafplaatsen en de graven, waarin door het CvK wordt voorzien, te dekken, worden rechten geheven volgens de bij dit beheersreglement behorende tarievenlijst, die jaarlijks kan worden herzien.

2. Het CvK belast zich met het onderhoud van de begraafplaatsen, waaronder wordt verstaan het onderhoud aan gebouwen en paden, het maaien van het gras, het verzorgen van de algemene beplanting en de watergangen e.d.

3. Het onderhoud van de grafbedekking komt ten laste van de rechthebbende, tenzij dit bij schriftelijke overeenkomst voor een bepaalde tijd door het CvK is overgenomen. Dit onderhoud betreft alleen het schoonhouden van de grafbedekking. Het onderhoud mag alleen gebeuren door een daartoe door het CvK aangewezen persoon of na toestemming van het CvK door de rechthebbende.

4. Het CvK accepteert geen aansprakelijkheid voor schade, door welke oorzaak ook ontstaan aan de grafbedekking of ieder ander voorwerp dat zich op het graf bevindt.

 

Artikel 23: Onderhoud door de rechthebbende

 

1. De rechthebbende is verplicht de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, waaronder wordt verstaan het meer dan algemene onderhoud als bedoeld in artikel 22 lid 3, zoals steenhouwerwerkzaamheden (herstel en vernieuwing) en het kleuren en bijwerken van opschriften.

2. Schade aan de grafbedekking als bedoeld in artikel 22 lid 4 komt voor rekening van de rechthebbende.

3. Indien rechthebbende nalaat de grafbedekking behoorlijk te onderhouden of te herstellen, en daardoor een risico ontstaat van schade aan derden, kan het CvK, met inachtneming van het gestelde in lid 4, de grafbedekking geheel of gedeeltelijk doen verwijderen. Het verwijderde blijft gedurende drie maanden ter beschikking van de rechthebbende en vervalt daarna, met in achtneming van het bepaalde in lid 4, aan de Protestantse gemeente, zonder dat deze tot enige vergoeding verplicht is.

4. Tenzij sprake is van een acuut risico, zulks uitsluitend ter beoordeling van het CvK,  vindt de verwijdering niet plaats dan nadat drie maanden zijn verstreken nadat  de rechthebbende  per aangetekend schrijven met bericht van ontvangst is aangemaand tot onderhoud of herstel van de grafbedekking. Als het adres van de rechthebbende niet meer bij de burgerlijke gemeente bekend is, vindt de vermelde aanmaning plaats op het mededelingenbord van de begraafplaats. Bij het graf wordt een verwijzing naar deze aanmaning aangebracht.

5. Onderhoudswerkzaamheden door steenhouwerijen of derden in het algemeen, behoren van te voren bij de beheerder te worden gemeld.

 

HOOFDSTUK 7: Ruiming van graven

 

Artikel 24

 

1. Met inachtneming van de bepalingen in de Wet op de lijkbezorging en de bepaling gesteld in dit reglement kan de beheerder graven doen ruimen. Ruimen van graven waarop een uitsluitend recht ligt kan niet, dan met toestemming van de rechthebbende op dat graf.

2. Het voornemen van de beheerder om een graf te ruimen wordt gedurende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden op een bij het te ruimen graf geplaatst bordje ter kennis van de belanghebbende gebracht, tenzij het adres van de rechthebbende op het graf aan hem bekend is. In dat geval wordt aan de rechthebbende tenminste een jaar voorafgaande aan het tijdstip van ruiming schriftelijk mededeling gedaan.

 

HOOFDSTUK 8: In stand te houden historische graven en opvallende grafbedekkingen

 

Artikel 25: Lijst

 

1. Het CvK houdt een lijst bij van graven die van historische betekenis zijn of waarvan de grafbedekking een opvallende kwaliteit heeft.

2. Alvorens tot ruiming van graven over te gaan onderzoekt het CvK of er graven zijn die in aanmerking komen om op de lijst te worden bijgeschreven.

3. Het CvK beslist in overleg met de kerkenraad over het ruimen van graven en het verwijderen van grafbedekkingen die op de in het eerste lid genoemde lijst staan.

 

HOOFDSTUK 9: Klachten

 

Artikel 26

 

1. Rechthebbenden en andere bij de begraafplaats belanghebbende personen en leden van de Protestantse gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a. kunnen omtrent feitelijke handelingen of het nalaten daarvan betreffende de begraafplaats bij het CvK een schriftelijke klacht indienen.

2. Het CvK beslist binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht. Het CvK kan deze termijn met ten hoogste dertig dagen verlengen.

3. Het CvK brengt de beslissing omtrent de klacht terstond schriftelijk ter kennis van de klager.

 

HOOFDSTUK 10: Nadere bepalingen met betrekking tot de bijzetting van asbussen met of zonder urn

 

Artikel 27:

 

Er zijn drie mogelijkheden voor de bijzetting van een asbus:

a. bijzetting in door het CvK beschikbaar gestelde urnenkelders op de begraafplaats te

Oppenhuizen

b. bijzetting in een in gebruik zijnd particulier graf

c. bijzetting in een nieuw uitgegeven particulier graf

 

ad. a. Bijzetting in door het CvK beschikbaar gestelde urnenkelders.

1. In elk van de urnenkelders mogen niet meer dan twee asbussen met of zonder urn worden bijgezet.

2. De rechthebbende mag een plaatje met inscriptie aanbrengen op de afsluiting van de urnenkelder.

 

ad. b. Bijzetting in een in gebruik zijnd particulier graf.

1. In een in gebruik zijnd particulier graf mag niet meer dan 1asbus, met of zonder urn,

worden bijgezet.

2. Het is niet toegestaan na de bijzetting een tweede staand of liggend gedenkteken te plaatsen

 

ad. c. Bijzetting in een nieuw uitgegeven particulier graf.

1. In een nieuw uitgegeven particulier graf, waarin door rechthebbende niet is begraven, mogen niet meer dan twee asbussen, met of zonder urn, worden bijgezet.

2. Als gedenkteken is alleen een staande steen toegestaan.

3. Het tarief is hetzelfde als dat van een uit te geven particulier graf voor het begraven van een lijk. De graftermijn kan korter zijn, namelijk tien jaar.

 

Artikel 28:

 

1. Het is niet toegestaan een asbus, met of zonder urn, bij te zetten in of op een “bouwsel”

boven op een bestaand grafmonument.

2. Het verstrooien van as op de begraafplaatsen is niet toegestaan

 

HOOFDSTUK 11: Overgangsbepalingen en slotbepalingen

 

Artikel 29:

 

Het recht op een eigen graf, verleend voor het in werking treden van dit reglement, wordt geacht een uitsluitend recht op een graf in de zin van de Wet op de lijkbezorging te zijn.

 

Artikel 30:

 

1. Ingeval van verschil over de toepassing van dit reglement en in alle gevallen waarin het reglement niet voorziet, beslist het CvK.

2. Wijziging van dit reglement kan plaats vinden door het CvK.

3. Dit reglement treedt in werking op 11 maart 2014

Alsdan vervallen de voordien bestaande voorschriften en bepalingen op dit gebied, behoudens eerbiediging van rechten, verkregen voor de inwerkingtreding van dit reglement.

 

Alsdus vastgesteld op  11 maart 2014.

 

Namens de protestantse gemeente te Oppenhuizen-Uitwellingerga c.a.

 

Het College van Kerkrentmeesters,

 

 

I. Kuindersma, voorzitter

 

 

S. Deinum , secretaris

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Appartementen & Verhuur zeil- en motorboten
Appartementen & Verhuur zeil- en motorboten

Taxateur&keuring woningen & bedrijfsmatigvastgoed
Taxateur&keuring woningen & bedrijfsmatigvastgoed

Agenda
za 18 april 2020 Oud Papier

Activiteitenkalender:

MFC It Harspit

Café De Buorren

Hermes Tsjerke

------------------------------

Projecten

- Werkgroep A7

- Top & Twel Duurzaam

- Top & Twel, Yn Beweging

Uitgelicht
Bedrijvenindex Watersport en Recreatie
De Laatste Eer
De Laatste Eer
Realisatie TTT software