Dat betrekken bij de natuur gebeurt door middel van de jaarlijkse Himmeldei en door het timmeren van nestkastjes waar vrijwilligers assisteren. “Als een kind zijn eigen nestkastje heeft gemaakt en geverfd, dan gaat hij vanzelf kijken wat erin gebeurt”, zegt Wynold Feenstra. “Zo maak je het persoonlijk.” Ook nemen leden hun eigen kinderen mee het veld in. Feenstra: “Mijn dochter Carmen heeft vorig jaar het eerste kievitsei bij de jeugd van Top en Twel gevonden. Dan zie je hoe enthousiast ze worden. Ze herkent nu ook vogelgeluiden en let op het gedrag van vogels. Als een kievit mooi rustig omhoog komt of achter een kraai aanzit, weet ze nu dat er waarschijnlijk een nest in de buurt zit.”
Spelenderwijs bij de natuur betrekken
Een belangrijke traditie waarbij jeugd en natuur samenkomen is de jaarlijkse Himmeldei. Samen met de basisschool en de lokale zeilvereniging ZOU trekken vrijwilligers en kinderen langs de oevers rond het tweelingdorp om afval op te ruimen. “Het is eigenlijk een grote schoonmaakactie,” legt Luuk Westert uit, “maar ondertussen vertellen we ook over de natuur en de vogels die hier leven.” Volgens Westert is dat belangrijk, omdat het contact met de natuur voor veel kinderen minder vanzelfsprekend is geworden. “Je moet ze er een beetje spelenderwijs bij betrekken. Even het weiland in, sporen laten zien, vertellen wat er leeft. Zo ontstaat interesse.”
Brede vorm van weidevogelbeheer
Het werkgebied van Vogelwacht Top en Twel is groot: ongeveer 850 hectare tussen de Brekken en het Sneekermeer en van Sneek tot aan de pont bij Langweer. Wat ooit vooral draaide om het zoeken naar kievitseieren en het rapen ervan, is inmiddels uitgegroeid tot een brede vorm van weidevogelbeheer. “Het belangrijkste is de instandhouding van de weidevogelstand”, zegt Westert. “En het liefst natuurlijk dat het beter wordt.”
Het werk van de vogelwacht speelt zich vooral af in het voorjaar. Zodra de eerste nesten zijn gevonden, begint de zogenaamde nazorgperiode. Vrijwilligers zoeken nesten van onder meer kieviten, grutto’s en tureluurs en markeren die zodat boeren en loonwerkers er rekening mee kunnen houden bij het maaien of bemesten van het land. De locaties worden ook vastgelegd in een speciale app van de Bond van Friese Vogelwachten. “Boeren geven een seintje als ze willen mesten of maaien”, legt Feenstra uit. “Dan gaan wij eerst het land in om te kijken waar de nesten zitten. We zetten er een stokje bij of een nestkapje ter bescherming, zodat zo’n nest niet kapot wordt gereden.”
Volgens de secretaris van de Vogelwacht Top en Twel is samenwerking met boeren en de lokale wildbeheereenheid essentieel. “Iedereen wil uiteindelijk dat die vogels hier blijven.”
Drone met warmtebeeldcamera
Sinds dit voorjaar heeft de Vogelwacht Top en Twel er een nieuw hulpmiddel bij: een drone met warmtebeeldcamera. Daarmee kunnen vrijwilligers nesten opsporen zonder het hele weiland door te lopen. De drone werd vorig jaar aangeschaft dankzij een financiële bijdrage van gasbedrijf Vermilion, dat aardgas wint uit het gasveld bij Oppenhuizen. Volgens Feenstra betekent de technologie een grote stap vooruit. “Voorheen deden we soms een week over een polder van zestig hectare. Nu kun je met een paar mensen in een middag bijna alles in kaart brengen. En je verstoort de vogels veel minder, omdat je niet overal door het gras hoeft te lopen.” Feenstra verwacht bovendien dat er meer nesten worden gevonden. “Vooral nesten van grutto’s of tureluurs liggen diep in het gras. Die zie je soms gewoon niet. Met zo’n warmtecamera kun je misschien wel dertig procent meer nesten opsporen.”
Vossen, steenmarters, bevers en otters
Toch is het beschermen van nesten niet altijd eenvoudig. Predatie vormt volgens de vrijwilligers een groeiend probleem. In het gebied hangen camera’s die laten zien wat er ’s nachts rondloopt. “Je ziet daar van alles op”, weet Westert. “Vossen, steenmarters, maar ook bevers en otters. Vorig jaar hadden we een periode dat het hier één groot vogelconcert was. Maar een paar maanden later was het ineens stil. Dan merk je hoeveel invloed predatoren hebben.”
Vooral vossen kunnen volgens hem een groot effect hebben op een polder. “Ze lopen een paar keer door het gebied en pakken eieren of jonge vogels. Dan kan een goed seizoen ineens omslaan.” Tegelijkertijd zien de vrijwilligers ook bijzondere ontwikkelingen in de natuur. “Bevers zien we hier tegenwoordig ook. Die knagen gewoon bomen om langs de slootkanten. En flinke, dat is indrukwekkend om te zien.”
Vernieuwing
Voor Vogelwacht Top en Twel draait het uiteindelijk om betrokkenheid: van vrijwilligers, boeren en nieuwe generaties natuurliefhebbers. Vernieuwing hoort daar volgens voorzitter Luuk Westert bij. De drone is daar een voorbeeld van, maar ook het betrekken van jongeren. “Die techniek vinden jongeren interessant”, zegt hij. “Als die techniek helpt om jongeren enthousiast te maken voor het werk dat we doen, dan is dat alleen maar mooi.” Want hoe modern de middelen ook worden, het doel blijft hetzelfde: ervoor zorgen dat de weidevogels in de polders rond Oppenhuizen en Uitwellingerga ook in de toekomst blijven terugkeren.
Bron: GrootSneek.nl
Tekst Richard de Jonge
Foto’s Vogelwacht Top en Twel en Richard de Jonge